Vier concepten
Inalienable possessions
De
armband kan perfect benaderd worden vanuit een aantal theorieën die zich
bekommeren om de idee van "commodity".
Weiner (1985) legt de nadruk op "inalienable possessions" of
onvervreemdbare objecten. Daarin stelt hij dat niet alle giften altijd een
teruggave vereisen. Met dit standpunt geeft de auteur kritiek op Maus' idee dat
een gift altijd uitgaat en gebaseerd is op wederkerigheid. Weiner (1985) stelt
dat het belangrijk is om te kijken naar objecten die behouden worden, eerder
dan naar objecten die steeds opnieuw uitwisseling ondergaan. Deze objecten
verkrijgen hun waarde immers niet door middel van uitwisseling maar bezitten
waarde in henzelf. De objecten worden ook vaak gelinkt aan personen en
sentimentele gevoelens. Het behouden van het object is dus primair en zorgt
ervoor dat de waarde versterkt. Weiner (1985) gebruikt hiervoor het concept "inalienable"
of "immeuble" waarbij hij stelt dat het object niet circuleert en niet
losgekoppeld kan worden van haar origine (Weiner 1985).
Daarnaast verleent het object ook identiteit en historiek aan de personen die in contact komen met dat object. Zowel de persoon als het object zijn op die manier onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net omwille van deze reden krijgt het object meer en meer betekenis en waarde. Sterker nog, doordat het object en haar waarde aan personen wordt gelinkt, wordt het meer dan alleen een object en transcendeert het tot de individuele mortaliteit. Deze nieuwe objectstatus versterkt de primaire drijfveer om het object te behouden. Volgens Weiner (1994) ontstaat zo de paradox van "keeping-while-giving" waarbij de erkenning en daaropvolgende behoud van het object een gift op zich vormt (Weiner 1994).
De armband die ik in mijn bezit heb, kan perfect gekoppeld worden aan Weiners (1985) theorie. Het zilveren object wordt steeds opnieuw bewaard en wordt enkel uitgewisseld binnen de banden gebaseerd op verwantschap, daarbij gaat de armband steeds naar de oudste dochter. Doordat de armband al verschillende generaties mee gaat, bezit het alsmaar meer geschiedenis en geeft het vorm aan mijn identiteit. Door het dragen van deze armband draag ik, een stukje geschiedenis en identiteit mee van mijn familie. Ik identificeer mij met de armband en acht het belangrijker dan een ander object. De armband is dus geen gewoon element meer, het is een object dat op een bepaalde manier leeft en daarom ook nog verschillende generaties zal voortleven. Doordat ik het belang van de armband erken, respecteer en eer ik deze traditie en vormt het dragen van de armband een onrechtstreekse gift voor mij en mijn familie.
Object-subject relatie en Objectificatie
Een andere belangrijke notie die van toepassing is op de zilveren armband is de object-subject relatie en daarbij horende theorie van objectificatie. Gedurende de moderniteit stond het subject, de mens en zijn cultuur, steeds centraal in de wereld en kregen objecten een plaats in de marge toebedeeld. De Westerse splitsing die gemaakt werd tussen subject en object bleef voor lange tijd bijzonder dominant. Later onderzoek trachtte echter om die splitsing in vraag te stellen en meer "out of the box" te denken. Zo stelt de theorie dat de relatie tussen object en subject een gemeenschappelijke en dualistische relatie is die gevormd wordt door beide partijen. Hierdoor vergaat de binariteit tussen subject en object die reeds zo lang zo dominant was. De relatie die ontstaat is gebaseerd op een dynamisch proces van "becoming" waarbij zowel object als subject elkaar beïnvloeden. Het object wordt hierbij benaderd als een gepersonificieerd object met agency aangezien het een actieve rol vervult in die beïnvloeding (Keane 2006).
Daarnaast biedt de theorie van objectificatie een belangrijke bijdrage aan de relatie die bestaat tussen object en subject. Deze theorie tracht die dualistische relatie te overstijgen. Objectificatie ligt dan ook aan de basis van de studie van materiële cultuur en stelt dat objecten gedurende hun volledige levenscirkel als meer dan puur en alleen een object moeten worden benaderd. De theorie stelt dat het object niet gereduceerd mag worden tot enkel de materie of het bestaan van het object. Het element oefent namelijk steeds een invloed uit op het subject en zijn of haar waarden en ideeën. Het is dus niet enkel het productieproces van het object dat bijdraagt aan de "becoming" van het object, maar de volledige levenscirkel dat het object doormaakt. Op die manier beïnvloedt het object eveneens het subject en diens proces van "becoming". Zowel het object als het subject blijven dus deel uit maken van de dialectische relatie en zijn hierin verstrengeld, maar het object krijgt een veel centralere plaats toebedeeld (Miller 2005; Tilley 2006).
Ook mijn zilveren
armband kan door de lens van de theorie van object-subject relatie en
objectificatie worden benaderd. De armband heeft een enorm rijke geschiedenis
en draagt in zo'n grote mate sentiment met zich mee dat het voor mij niet
vereenvoudigd kan worden tot object. De armband heeft een agency en beïnvloedt
mij door de geschiedenis en sentimentele gevoelens die hij bezit. Zo maken de
armband en ikzelf beiden deel uit van een dualistische relatie waarin
beïnvloeding een centraal element vormt. Ook de notie van objectificatie speelt
een rol in de relatie die de armband en ikzelf onderhouden. Het proces van
objectificatie tracht echter nog een stapje verder te gaan en die relatie te
overschrijden. De armband is meer dan puur en alleen het zilveren object. De
armband speelt dankzij haar agency en reeds gemaakte levenscirkel een actieve en sturende rol in de
beslissingen die ik maak. Zo draagt de armband bij aan het feit dat ik veel
belang hecht aan familie, sociale cohesie en verwantschap. Het feit dat de
armband mij dit doet inzien, maakt dat hij bijdraagt aan mijn proces van "becoming". Daarnaast draag ik bij aan het proces van "becoming"
van de armband aangezien ik deze dagelijks draag.
Thinking through things, the ontological turn
Zoals eerder reeds aangegeven vormt de vraag rond ontologie, wat is de wereld, een belangrijke invalshoek om antropologisch te denken en te onderzoeken. Het werk "thinking through things" van Henare, Holbraad en Wastell (2007) kan gezien worden als de basis voor de nieuwe discussie omtrent ontologie of sterker, de ontologische wending binnen de antropologie. Objecten krijgen in deze ontologische wending een centrale plaats toebedeeld. Sterker nog, verder bouwend op de actor-netwerk theorie, bezitten deze objecten een agency en is het dus van belang om in de omgang met deze objecten rekening te houden met hun handelingsvermogen (Latour 2011). Het ontologisch debat reikt bijzonder ver, zo heeft het een verschuiving teweeg gebracht over de vraag naar epistemologie naar de vraag van ontologie, de wereld. In welke wereld leven wij en leven objecten in diezelfde wereld? Dat zijn vragen die de ontologische wending met zich meebrengt (Henare, Holbraad, en Wastell 2007).
Het gevolg dat voortvloeit uit deze gedachtegang is immens. Het feit dat objecten mogelijks hun eigen leefwereld hebben, maakt dat de betekenis die ze bezitten niet eenduidig is. Ook bezitten objecten daarom geen betekenis, dat impliceert namelijk dat een ander mens, object of dier die betekenis aan dat object verleent. Objecten bezitten betekenis, zonder dat die verleend dient te worden. Sterker nog objecten dragen daarom geen betekenis, maar zijn identiek aan de betekenis. Het object is de betekenis zelf. Dit heeft uiteraard grote implicaties voor de manier waarop we over de wereld of werelden kunnen denken (Henare, Holbraad, en Wastell 2007). Zo zorgt de focus van de agency van de materialiteit ervoor dat ook de dagelijkse menselijke ervaring sterk beïnvloed wordt door deze objecten en dus op een andere manier benaderd moet worden (Geismar 2011).
Het feit dat een object leeft in een eigen wereld en een agency heeft, maakt dat, naast het feit dat ik als mens het object kan benaderen, het object mij eveneens kan benaderen. De notie van "actant" binnen de actor-netwerk theorie past eveneens binnen deze objectanalyse (Latour 2011). Het feit dat de grens tussen object en subject vervaagt, maakt dat een netwerk tot stand komt waarin een web van relaties tussen verschillende actanten ontstaat. Deze actanten beïnvloeden elkaar allemaal onderling waardoor een agency ontstaat (Bueger en Stockbruegger 2016). Belangrijk om hierbij te noteren is dat deze actanten slechts actanten zijn omdat ze zich in het web van betekenissen bevinden, daarbuiten heeft niets realiteit, het op elkaar inspelen en interageren zorgt voor de betekenis en agency (Law 2008).
Mijn armband vormt op deze manier een object met een eigen leefwereld en haar eigen betekenis. Het feit dat ik en mijn voorgaande generaties haar doorheen de geschiedenis loodsten, maakt dat bovenop haar eigen betekenis eveneens een extra geschiedenis ontstaat. Zo benader ik haar leefwereld, identiteit en betekenis. Anderzijds benadert de armband eveneens mijn leefwereld, in eerste instantie speelt het materiaal een rol. Ik draag de armband omdat deze van zilver is en ik dit mooi vind, ook de inhoud van de armband beïnvloedt mij. De geschiedenis die de armband meedraagt, of beter de geschiedenis die de armband is, beïnvloedt hoe ik handel in bepaalde situaties.
De affectieve wending, armband als archief
De affectieve wending is een laatste belangrijk concept dat van belang is in de studie naar mijn zilveren armband. Deze wending omvat de studie naar onder meer lichamen, emoties, sensaties en sociale verandering en is een recente stroming binnen de humane wetenschappen. Door deze elementen grondig te bestuderen, kreeg de affectieve wending meer aandacht en ontstond er een sterk vernieuwende epistemologie om objecten maar ook emoties te benaderen (Athanasiou, Hantzaroula, en Yannakopoulos 2012). Affect wordt meestal begrepen als een toestand waarin de emotie nog niet concreet is, het is het moment voordat een emotie duidelijk wordt. In het werk van Athanasiou, Hantzarloula en Yannakopoulos schrijft Kathleen Woodward dat we vandaag de dag leven in een cultureel moment waarin een nieuwe economie van emoties ontstaat. Deze emoties maken deel uit van de sociale en culturele praktijken waardoor de oppositie tussen emotie en rede wordt doorgrond (Athanasiou, Hantzaroula, en Yannakopoulos 2012). Toch bestaat er geen eenduidigheid omtrent de definitie van affect, zo is er bijvoorbeeld niet direct duidelijkheid omtrent het verschil tussen emotie en affect. Omwille van deze reden kan affect op verschillende manieren benaderd worden. Zo wordt voor bepaalde onderzoekers affect verbonden met emoties. Anderen zien affect meer als een structuur en gevoel van intensiteit of stellen dat het eerder gaat om het gevoel om in een bepaalde leefwereld te leven.
In de studie van affect is het van belang te beseffen dat de objecten sociale objecten zijn met een agency, ze vertolken dus een actieve rol en vervullen een sociale functie. Die functie kan bijzonder ver gaan, zo speelt ook de materiële vorm en het sociale doel van het object een rol in de dagelijkse ondernemingen zoals onder andere acties of herinneringen (Edwards 2012). Dit maakt dat de studie van affect niet kan zonder de studie van objecten en symbolisatie. Het tweede concept kan hier dus gekoppeld worden (Navaro-Yashin 2009).
De armband die ik voortdurend draag kan gekoppeld worden aan deze theorie. Deze armband is namelijk een object met een affectieve lading en heeft een agency. Zo doet het mij, zoals hierboven reeds vermeld, nadenken over wie ik ben en stuurt het in bepaalde mate mijn handelingen. De theorie van affect gaat echter nog een stapje verder en stelt dat de armband daarom niet puur en alleen op mijn emoties inspeelt en die emoties op een bepaalde manier vormgeeft. De armband vormt eveneens mijn affect ten opzichte van bepaalde situaties en personen. Onbewust stuurt het mij in de richting van bepaalde emoties, dit komt omdat de waarden en normen die in mijn familie heersen op een bepaalde manier vervat zitten in deze armband.
De armband kan op deze manier ook gezien worden als een soort archief. Het omvat een narratief van persoonlijke verhalen en histories aangezien het doorheen verschillende levens heeft geleefd. De notie van "homespun history" past hier eveneens ook al is hij minder evident. Zo kan de armband gezien worden als een object in het bezit van een specifiek verhaal en historie en geeft het op deze wijze ook vorm aan een specifieke toekomst (Peterson en Macola 2009). De armband vormt dus een materieel object met geschiedenis, dat door haar aanwezigheid in de hedendaagse situaties een ruimte creëert waarin de geschiedenis centraal staat en zo een invloed uitoefent op die bepaalde situatie (Bell 2016).
Bronnen
Athanasiou, Athena, Pothiti Hantzaroula, en Kostas Yannakopoulos. 2012. 'Towards a New Epistemology: The "Affective Turn"'. HISTOREIN 8 (mei). https://doi.org/10.12681/historein.33.
Bell, Joshua A. 2016. 'Dystopian realities and archival dreams in the Purari Delta of Papua New Guinea'. Social Anthropology 24 (1): 20-35. https://doi.org/10.1111/1469-8676.12285.
Bueger, Christian, en Jan Stockbruegger. 2016. 'Actor-Network Theory: Objects and Actants, Networks and Narratives'. In .
Edwards, Elizabeth. 2012. 'Objects of Affect: Photography Beyond the Image'. Annual Review of Anthropology 41 (1): 221-34. https://doi.org/10.1146/annurev-anthro-092611-145708.
Geismar, Haidy. 2011. '"Material Culture Studies" and other Ways to Theorize Objects: A Primer to a Regional Debate'. Onder redactie van Amiria Henare, Martin Holbraad, Sari Wastell, en Daniel Miller. Comparative Studies in Society and History 53 (1): 210-18.
Henare, Amiria, Martin Holbraad, en Sari Wastell. 2007. Thinking through Things: Theorising Artefacts Ethnographically. Abingdon: Routledge.
Keane, Webb. 2006. 'Subjects and Objects'. In Handbook of Material Culture, 197-202. London: SAGE Publications Ltd. https://doi.org/10.4135/9781848607972.
Latour, Bruno. 2011. 'Networks, Societies, Spheres: Reflections of an Actor-Network Theorist'. International Journal of Communication (19328036) 5 (januari): 796-810.
Law, John. 2008. 'Actor Network Theory and Material Semiotics'. In The New Blackwell Companion to Social Theory, 141-58. John Wiley & Sons, Ltd. https://doi.org/10.1002/9781444304992.ch7.
Miller, Daniel. 2005. 'Materiality: An Introduction', juni. https://doi.org/10.1215/9780822386711-001.
Navaro-Yashin, Yael. 2009. 'Affective Spaces, Melancholic Objects: Ruination and the Production of Anthropological Knowledge'. The Journal of the Royal Anthropological Institute 15 (1): 1-18.
Peterson, Derek, en Giacomo Macola. 2009. 'Introduction: Homespun Historiography and the Academic Profession'. In Recasting the Past: History Writing and Political Work in Modern Africa, onder redactie van Derek Peterson en Giacomo Macola, 1-28. Athens: Ohio University Press. https://www.ohioswallow.com/book/Recasting+the+Past.
Tilley, Christopher. 2006. 'Objectification'. In Handbook of Material Culture, 60-73. London: SAGE Publications Ltd. https://doi.org/10.4135/9781848607972.
Weiner, Annette B. 1985. 'Inalienable Wealth'. American Ethnologist 12 (2): 210-27. https://doi.org/10.1525/ae.1985.12.2.02a00020.
---. 1994. 'Cultural Difference and the Density of Objects'. American Ethnologist 21 (2): 391-403.